Neerlegging jaarrekening: actie ondernemen vóór 1 augustus 2026!
Neerlegging jaarrekening: actie ondernemen vóór 1 augustus 2026!
Als uw vennootschap een BV of een NV is, heeft u de verplichting om een jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank van België. Voor een VOF of CommV moet dat enkel in uitzonderlijke gevallen.
Wanneer neerleggen?
Ieder vennootschap moet zijn jaarrekening binnen de dertig dagen nadat deze werd goedgekeurd, en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar neerleggen. Voor een boekjaar gelijklopend met het kalenderjaar moet uw jaarrekening van 2025 dus uiterlijk op 31 juli 2026 neergelegd zijn. Werd deze jaarrekening echter bv. al op 15 mei 2026 goedgekeurd, dan moet deze reeds op 14 juni 2026 neergelegd zijn.
Boete vanaf negende maand
U krijgt pas een boete als uw jaarrekening na de achtste maand na de afsluiting van het boekjaar wordt neergelegd. Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is er pas sprake van een boete als de jaarrekening wordt neergelegd in september of nog later.
Bedrag van boete
Het bedrag van de boete hangt af van het schema dat u moet neerleggen en is gelinkt aan de aantal maanden dat de neerlegging laattijdig is (art. 3:13 WVV).
| Neerlegging in | Micro- of verkort schema | Volledig schema |
| 9de maand | € 151 | € 504 |
| 10de – 12de maand | € 227 | € 755 |
| Vanaf 13de maand | € 453 | € 1.510 |
Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd, om vervolgens te worden doorgestort aan de Federale Overheidsdienst Financiën.
Ambtshalve doorhaling KBO
De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) kan overgaan tot de ambtshalve doorhaling van de vennootschappen die voor ten minste drie opeenvolgende boekjaren niet hebben voldaan aan de verplichting tot neerlegging van hun jaarrekeningen. Dezelfde beheersdienst van de KBO gaat over tot de intrekking van de doorhaling na de neerlegging bij de Nationale Bank van de niet-neergelegde jaarrekeningen.
De doorhalingen, alsook de intrekking ervan, worden op initiatief van de beheersdienst van de KBO gepubliceerd in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
BTW-provisierekening vanaf 01 mei 2026: nieuwe handleiding van tegoeden en terugbetalingen.
BTW-provisierekening vanaf 01 mei 2026: nieuwe handleiding van tegoeden en terugbetalingen.
Vanaf 1 mei 2026 verdwijnt de btw-rekening-courant en wordt zij vervangen door de btw-provisierekening. Voor ondernemingen die hun btw-aangiften tijdig indienen en tijdig betalen, verandert de basiswerking niet fundamenteel.
De praktische impact zit vooral in de financiële opvolging: betalingen, tegoeden, verrekeningen en terugbetalingen worden anders georganiseerd.
Btw-provisierekening wordt het centrale instrument
De bedragen die op die provisierekening beschikbaar zijn, worden automatisch gebruikt om verschuldigde btw uit periodieke btw-aangiften te betalen. De provisierekening kan op twee manieren worden gevoed. Een onderneming kan zelf bedragen storten of btw-tegoeden op de provisierekening laten plaatsen door geen terugbetaling te vragen via de periodieke btw-aangifte.
Betalen: welk rekeningnummer gebruikt u?
Voor het voeden van de btw-provisierekening en voor de betaling van periodieke of vervangende btw-aangiften gebruikt men BE41 6792 0036 4210 (BTW). Dit rekeningnummer geldt zowel voor het voeden van de provisierekening als voor de betaling van periodieke en vervangende aangiften, zolang de schuld nog niet in een uitvoerbare titel is opgenomen.
De bestaande gestructureerde mededeling, gebaseerd op het ondernemingsnummer, blijft belangrijk.
Tot en met 31 december 2026 worden betalingen op de oude rekening nog automatisch doorgestuurd naar de nieuwe rekening. Ze worden niet automatisch teruggestort.
Wanneer worden btw-tegoeden beschikbaar?
Voor maandindieners wordt een tegoed beschikbaar in de maand die volgt op de aangifteperiode. Een onderneming die haar btw-aangifte voor juni tijdig indient voor 20 juli ziet het btw-tegoed uiterlijk op 20 augustus op de provisierekening verschijnen. Dat tegoed kan dan worden gebruikt voor de betaling van de aangifte van juli.
Voor kwartaalindieners duurt dit langer. Een tegoed uit de aangifte over het tweede kwartaal, tijdig ingediend voor 25 juli, wordt uiterlijk op 25 oktober op de provisierekening geplaatst. Dat tegoed kan dan worden gebruikt voor de aangifte over het derde kwartaal.
De boodschap is duidelijk: btw-tegoeden zijn niet noodzakelijk onmiddellijk zichtbaar en vergt enige opvolging.
Let op: bij laattijdige indiening van aangifte kan tegoed niet worden gebruikt!
Laattijdige indiening brengt niet alleen een risico op boetes, maar ook een belangrijke cashflow-impact.
Wanneer een maandaangifte te laat wordt ingediend, wordt een btw-tegoed pas twee maanden na de effectieve indiening op de provisierekening geplaatst.
Bij een laattijdige kwartaalaangifte gebeurt dit pas drie maanden na de effectieve indiening.
Belangrijk: bij laattijdige indiening wordt een btw-tegoed automatisch op de provisierekening geboekt, zelfs wanneer in de aangifte een terugbetaling werd gevraagd. Daarnaast wordt een boete opgelegd van 100 euro per maand vertraging, met een maximum van 500 euro. Bij niet-indiening kunnen de boetes oplopen van 500 euro bij een eerste inbreuk tot 5.000 euro vanaf de vierde inbreuk.
De Administratie kan bovendien een voorstel van vervangende aangifte opmaken met een minimum verschuldigd btw-bedrag van 2.100 euro. De belastingplichtige heeft dan één maand om alsnog een periodieke aangifte in te dienen.
Wat bij laattijdige betaling?
Als de verschuldigde btw niet tijdig wordt betaald, zijn nalatigheidsinteresten verschuldigd. Wordt niet betaald voor de tiende dag van de maand na de betalingsdatum, dan kan daarnaast een boete volgen van:
- 5% wanneer de aangifte tijdig werd ingediend, maar de betaling te laat gebeurt;
- 10% wanneer zowel de aangifte als de betaling te laat zijn;
- 15% bij een definitieve vervangende aangifte.
Terugbetaling: via aangifte of via provisierekening?
Vanaf 1 mei 2026 moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen twee terugbetalingsprocedures.
Een terugbetaling via de periodieke btw-aangifte heeft enkel betrekking op het tegoed dat uit die specifieke aangifte voortkomt. Voor 1 mei 2026 kon een aanvraag via de aangifte ook leiden tot de terugbetaling van het volledige beschikbare saldo op de rekening-courant. Dat zal niet langer het geval zijn.
De terugbetaling via de aangifte wordt gevraagd door het vakje aanvraag tot terugbetaling aan te vinken. De timing is als volgt:
- maandindieners ontvangen de terugbetaling in principe op het einde van de tweede maand volgend op de aangifteperiode;
- kwartaalindieners ontvangen de terugbetaling in principe op het einde van de derde maand volgend op de aangifteperiode.
Wie bedragen wil terugvragen die al op de btw-provisierekening staan, moet daarvoor een aparte aanvraag indienen via MyMinfin (Mijn betalingen\Mijn provisies beheren\De terugbetaling van mijn provisies vragen). Die aanvraag kan betrekking hebben op het volledige beschikbare saldo of op een deel ervan.
Zijn er nog openstaande schulden, dan wordt het teruggevraagde bedrag eerst daarmee verrekend. Alleen het eventuele saldo wordt effectief terugbetaald. De Administratie moet wel beschikken over een geldige bankrekening. Dat bankrekeningnummer kan je aanvullen via MyMinfin.
Overgang van de rekening-courant
De handleiding verduidelijkt ook wat gebeurt met bestaande saldi op de rekening-courant.
Wanneer geen terugbetaling werd gevraagd in de aangifte van maart 2026 of in de aangifte van het eerste kwartaal 2026, worden de beschikbare bedragen op de rekening-courant automatisch overgedragen naar de btw-provisierekening.
Die overdracht gebeurt voor 20 mei 2026. Voor ondernemingen met een belangrijk saldo op de rekening-courant is dit een praktisch beslissingsmoment. Zij moeten nagaan of zij het tegoed nog via de aangifte willen terugvragen of laten overgaan naar de provisierekening en later via MyMinfin opvragen.
Waar volgt u alles op?
MyMinfin wordt in de praktijk het centrale opvolgingspunt.
Via Mijn betalingen kan men openstaande schulden en terugbetalingen raadplegen. Via Mijn provisies beheren kan men de provisierekening opvolgen en een terugbetaling aanvragen.
Dat onderscheid is belangrijk.
Stopzetting van activiteit
De handleiding behandelt ook de stopzetting van een activiteit.
Bij een stopzetting na 1 mei 2026 wordt een positief saldo op de btw-provisierekening terugbetaald nadat eventuele schulden zijn verrekend. Vraagt de onderneming zelf de terugbetaling via de provisierekening, dan wordt die terugbetaling binnen de maand verwerkt. Zonder aanvraag gebeurt de terugbetaling automatisch binnen zes maanden na de kennisgeving van de stopzetting.
Conclusie
De invoering van de btw-provisierekening is meer dan een wijziging van rekeningnummer. Zij verandert vooral de praktische opvolging van btw-tegoeden, betalingen, verrekeningen en terugbetalingen.
Ondernemingen doen er goed aan om voor 1 mei 2026 hun betaalprocessen na te kijken. Bankgegevens, betaaltemplates, vaste opdrachten, etc. moeten worden aangepast.
Voor ondernemingen met regelmatige btw-tegoeden wordt vooral de timing belangrijker.
Een laattijdige aangifte leidt niet alleen tot boetes, maar kan er ook toe leiden dat btw-tegoeden pas maanden later beschikbaar worden.
Is het in 2026 fiscaal interessanter om een hybride auto te komen of een elektrische auto?
Is het in 2026 fiscaal interessanter om een hybride auto te komen of een elektrische auto?
Hoe zit de autofiscaliteit anno 2026 in elkaar?
Koop je best een plug-in hybride of elektrische personenwagen die je gebruikt voor beroepsdoeleinden in je vennootschap of als zelfstandige in België?
- Aftrekbaarheid autokosten: in functie van type wagen
Voor hybride en fossiele personenwagens aangekocht vanaf 01.07.2023 geldt een afbouw van de aftrekbaarheid.
Het met de gramformule aftrekpercentage wordt geplafonneerd:
- Maximum 75% in 2025
- Maximum 50% in 2026
- Maximum 25% in 2027
- 0% vanaf 01.01.2028
Een elektrische wagen valt hier niet onder.
- Plug-in hybride in de personenbelasting
Voor zelfstandigen in een eenmanszaak is er een specifieke, recentere regeling voor plug-in hybride aangekocht vanaf 2026.
Deze wagen blijven in de personenbelasting nog aftrekbaar volgens de gramformule. De aftrekbaarheid is als volgt:
| Jaar van aanschaf
plug‑in hybride |
Max. aftrekpercentage
autokosten |
| 2026–2027 | max. 75 % |
| 2028 | max. 65 % |
| 2029 | max. 57,5 % |
| ≥ 2030 | 0 % (geen aftrek meer) |
Belangrijke uitzondering: als de co²-uitstoot < 50gr/km, dan geldt het plafond van 75% niet voor aankopen in 2026-2027 en kan de aftrek tot 100% gaan. De aftrek kan nooit hoger zijn dan die van een elektrische wagen. Voor plug-in hybride aangekocht na 2025 zijn de fossiele brandstofkoten (benzine/diesel) niet meer aftrekbaar in de personenbelasting).
- Elektrische wagens
Zowel voor vennootschappen als voor zelfstandigen geldt dat een 100% elektrische wagen aangekocht in 2026 100% fiscaal aftrekbaar is gedurende de hele levensduur van de wagen. Nadien komt er een degressief systeem voor wagens aangekocht vanaf 2027 met een geleidelijke beperking van de aftrek.
- Aftrekbaarheid van energie- en brandstofkosten
- Plug-in hybride: brandstof versus elektriciteit
- Plug-in hybride aangeschaft 01.01.2023 – 30.06.2023 (vennootschappen)
- Fossiele brandstof is maximaal 50% aftrekbaar
- Overige autokosten (leasing, onderhoud, verzekering, elektrisch laden, …) volgen de gramformule.
- Plug-in hybride aangeschaft vanaf 2026 door zelfstandige in personenbelasting
- Fossiele brandstof niet meer aftrekbaar
- Autokosten zijn voor de nieuwe gramformule aftrekbaar (max. 75% in 2026-2027, eventueel tot 10% als de co²-uitstoot < 50gr/km is)
- Elektriciteitskosten voor laden vallen onder de algemene autokosten en zijn aftrekbaar volgens de gramformule.
- Plug-in hybride: brandstof versus elektriciteit
- Elektrische wagens: elektriciteitskosten
- Deze kosten worden behandeld zoals de autokosten en volgen het aftrekpercentage van de wagen
- Voor een elektrische wagen aangekocht in 2026 zijn de laadkosten 100% aftrekbaar, voor zover ze beroepsmatig zijn.
- CO²-solidariteitsbijdrage
De solidariteitsbijdragen (co²-taks) is een sociale zekerheidsbijdrage die verschuldigd is wanneer een bedrijfswagen voor persoonlijk gebruik ter beschikking wordt gesteld. Ze is gebaseerd op de co²-uitstoot van de wagen. Ze is voor de vennootschap volledig aftrekbaar als sociale last en niet onderworpen aan de aftrekbepaling voor autokosten.
- Voordeel alle aard
Het voordeel alle aard wordt forfaitair berekend op basis van de cataloguswaarde, de co²-uitstoot en de leeftijdscoëfficiënt van de wagen. Het voordeel is hoger bij wagens met fossiele brandstof en ligt lager bij plug-in hybride en elektrische wagens. Valste plug-in hybride worden gestraft in deze berekening.
- Besluit
Voor vennootschappen is een volledig elektrische wagen anno 2026 duidelijk fiscaal interessanter. De autokosten en energie blijven 100% aftrekbaar en de co² solidariteitsbijdrage is minimaal. Het voordeel alle aard is even gunstig als een echte plug-in hybride. Voor zelfstandigen in eigen naam (eenmanszaken) is een volledig elektrische wagen ook 100% aftrekbaar. Een plug-in hybride kan nog een redelijk gunstige aftrek (tot 75% of zelfs 100% bij zeer lage co²) bieden, maar de fossiele brandstof is niet langer aftrekbaar. Daarenboven is er geen aftrek meer vanaf 2030. De fiscale spelregels zijn in 2026 duidelijk gemaakt om de volledig elektrische wagen structureel te bevoordelen, zowel in de vennootschaps- als in de personenbelasting.
KBO-gegevens: controle van het aantal hoofdactiviteiten, een wijziging sinds maart 2025.
KBO-gegevens: controle van het aantal hoofdactiviteiten, een wijziging sinds maart 2025.
Sinds maart 2025 moet elke vestiging in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) minstens 1 en maximum 5 hoofdactiviteiten hebben.
In het Belgische recht is het bijhouden van correcte en actuele gegevens in de KBO een kernverplichting voor inschrijvingsplichtige ondernemingen en andere entiteiten. De KBO is een officieel identificatieregister en pijler van rechtszekerheid in het economisch verkeer. Bij niet-naleving kan een inschrijving of wijziging geweigerd worden, kan een ambtshalve doorhaling plaatsvinden en kunnen ondernemingen bestuurlijk gesanctioneerd worden.
Sinds maart 2025 is er een inschrijvingsplicht voor een geregistreerde entiteit. Dit is er ruimere groep dan voorheen: natuurlijke personen-ondernemers, alle rechtspersonen, bepaalde organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, …)
Elke wijziging in de basisidentificatiegegevens moeten steeds in de KBO opgenomen worden met de datum van inwerkingtreding.
Er is ook een link met het UBO-register. Sinds 21 december 2023 kunnen ondernemingen ambtshalve uit de KBO geschrapt worden wanneer zij hardnekkig hun UBO-verplichtingen niet naleven (o.a. geen reactie binnen 60 dagen na geldboete, geen jaarlijkse bevestiging, zeven jaar geen publicaties in het Belgisch Staatsblad).
Bekijk zeker jouw gegevens in de KBO en vraag advies aan jouw accountant bij wijziging of verandering.
Gewijzigde btw-regels voor virtuele evenementen vanaf 1 januari 2025
Gewijzigde btw-regels voor virtuele evenementen vanaf 1 januari 2025
Over het toepasselijk btw-regime voor virtuele evenementen – zoals livestream opleidingen, online sportactiviteiten, online conferenties,? – bestaat binnen de verschillende EU-lidstaten heel wat onzekerheid.
Op dit moment is het zo dat als je diensten verricht van culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke of vermakelijke aard, deze worden geacht plaats te vinden waar deze diensten materieel worden verricht. Het gevolg? De omzetbelasting is van toepassing van van het land waar de evenementen of activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. Hierbij maakt het niet uit of je afnemer een ondernemer of particulier is, en of die afnemer een evenement of activiteit fysiek of virtueel bijwoont.
Btw-tarievenrichtlijn omgezet in Belgische wetgeving
Voor virtuele culturele diensten wordt vanaf 1 januari 2025 de ‘Btw-tarievenrichtlijn’ omgezet in Belgische wetgeving. Dit heeft tot gevolg dat deze virtuele diensten belast worden in het land waar de afnemer woont of gevestigd is. Voor fysieke deelname veranderen de regels niet.
Loutere on-demand opleidingen (vooraf opgenomen) kwalificeren al als elektronische verrichte diensten en zijn dus belastbaar in het land waar de afnemer woont of is gevestigd.
B2B-context
Voor virtuele evenementen in een B2B-context worden vanaf 1 januari 2025 de diensten belast in het land waar de afnemer is gevestigd. Is de afnemer in een andere EU-lidstaat gevestigd dan de dienstverstrekker? Dan zal de btw moeten worden verlegd naar de afnemer.
B2C-context
Als jouw afnemer van de culturele dienst geen ondernemer is, dan word je geacht de culturele dienst te verrichten waar deze afnemer is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Als gevolg hiervan is de omzetbelasting van dat land van toepassing. Ligt dit land in de EU? Dan moet je de omzetbelasting van deze EU-lidstaat in rekening brengen aan de afnemer. Je kan deze omzetbelasting aangeven via een One Stop Shop-systeem.
VIES – VAT INFORMATION EXCHANGE SYSTEM
VIES – VAT INFORMATION EXCHANGE SYSTEM
Geldigheid BTW-nummer in EU-lidstaat
Waarvoor kan je VIES gebruiken en wanneer heb je het nodig?
VIES staat voor VAT information exchange system. Het is een tool van de Europese Commissie waarmee je een BTW-nummer van een andere onderneming binnen de EU kan opzoeken en kan controleren of dit geldig is.
Wanneer je factureert aan een btw-plichtige onderneming in een andere EU-lidstaat, moet je zijn BTW-nummer hebben. Met andere woorden jouw klant moet zijn BTW-nummer meedelen. Er kan namelijk maar sprake zijn van een intracommunautaire leveringen van goederen of diensten (met vrijstelling van Belgische BTW) als er een geldig BTW-nummer bestaat.
Zonder geldig BTW-nummer is er geen intracommunautaire leveringen van goederen of diensten mogelijk.
Via deze link kan je de geldigheid nagaan: https://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/#/vat-validation
Wanneer is de genieter van een belastbaar voordeel ondubbelzinnig geïndentificeerd?
Wanneer is de genieter van een belastbaar voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd?
Aanslag geheime commissielonen?
Als uw vennootschap u een voordeel alle aard toekent zoals gratis terbeschikkingstelling van een auto en u dit vermeldt in uw aangifte in de personenbelasting, kan dat voordeel bij uw vennootschap onderworpen worden aan de aanslag geheime commissielonen, waarbij het tarief 100% bedraagt.
De aanslag geheime commissielonen kan niet opgelegd worden, wanneer de genieter van het voordeel op ‘ondubbelzinnige wijze’ geïdentificeerd wordt.
Hybride auto's langer fiscaal voordelig
Hybride auto’s langer fiscaal voordelig
In de regeringsverklaring van De Wever I zou de fiscale aftrek van hybride auto’s opnieuw interessanter worden.
Onder de vorige regering (Vivaldi) werd er, zoals u weet, stevig gesleuteld aan de fiscale aftrek voor auto’s. Alleen 100% elektrische auto’s vielen nog in de smaak. Elektrische auto’s die aangeschaft worden in 2025 en 2026 blijven namelijk voor hun hele levensduur voor 100% aftrekbaar.
Bij een latere aanschaf zal een lager percentage gelden dat zakt in de loop der jaren (95% bij een aanschaf in 2027, 90% bij een aanschaf in 2028, … tot 67,5% bij een aanschaf vanaf 2031).
Diezelfde regering hield niet van hybride. Hybride auto’s werden door Vivaldi daarentegen over dezelfde kam geschoren als auto’s op fossiele brandstof. Dat betekent dat als u zo’n auto in 2025 aanschaft, er nog een (beperkte) fiscale aftrek is op basis van de gramformule tot eind 2027. Vanaf 2028 is de hybride auto helemaal niet meer aftrekbaar. Schaft u de auto aan na 2025, dan is er zelfs van in het begin geen fiscale aftrek meer.
Arizonaplannen zijn wel hybride…
In het regeerakkoord van de nieuwe federale regering wordt expliciet gezegd dat het een illusie is om te denken dat iedereen al 100% elektrisch zal kunnen rijden.
Daarom willen ze de hybride auto’s een nieuw fiscaal leven inblazen en dat zou dan als volgt zijn:
als zo’n wagen aangeschaft is of wordt tussen 1 juli 2023 en 31 december 2027, zal die tijdens zijn hele levensduur voor 75% aftrekbaar zijn; bij een aanschaf in 2028 wordt dat 65% en bij een aanschaf in 2029 wordt dat 57,5%.
Meer nog, als de gramformule bij een niet-fakehybride in een gunstiger percentage zou resulteren, mag u dat zelfs toepassen tot eind 2027. De brandstofkosten van hybride auto’s zouden dan weer nog tot eind 2027 tegen 50% aftrekbaar blijven.
Maar …
De engagementen van de regeringsverklaring moeten nog in wetgeving omgezet worden en pas dan zullen we zekerheid hebben over de concrete details.
Hoe verlaag je de belastingdruk voor jouw eenmanszaak?
Hoe verlaag je de belastingdruk voor jouw eenmanszaak?
De eenmanszaak is en blijft veruit de populairste ondernemingsvorm voor startende ondernemers. In tegenstelling tot een vennootschap zijn jij en je eenmanszaak één geheel, zonder onderscheid tussen privévermogen en dat van je zaak. Het nadeel hiervan is dat je geconfronteerd wordt met een hoge belastingdruk in de personenbelasting, aangevuld met opcentiemen in de gemeentebelasting en sociale bijdragen. Gelukkig kun je deze druk op diverse manieren verlagen.
Meewerkende partner
Heb je een eenmanszaak en ben je getrouwd of wettelijk samenwonend? Dan kun je jouw partner een loon uitkeren voor het werk dat hij of zij in je onderneming verricht. Door een deel van jouw nettowinst aan de meewerkende partner te geven, verminder je de belastingdruk in hogere belastingschijven. Het uitgekeerde bedrag wordt immers weggenomen uit de hoogste belastingschijven en opnieuw belast in lagere schijven bij de meewerkende partner. Nog een pluspunt: op dit uitgekeerde bedrag wordt opnieuw de belastingvrije som toegepast, wat een extra fiscaal voordeel oplevert.
Zelfstandig helper
Dit principe is ook van toepassing voor iemand die je als zelfstandige helpt – bijvoorbeeld een familielid – zonder gebonden te zijn door arbeidsovereenkomst. Het inschakelen van een zelfstandig helper combineert flexibiliteit qua inzet met lagere verloningskosten in vergelijking met een vast personeelslid. Op het loon dat je een zelfstandig helper geeft, betaal je immers geen sociale lasten. Let wel: een helper moet zichzelf als zelfstandige vestigen.
Investeringen
Investeer je in jouw eenmanszaak, bijvoorbeeld in kantoormateriaal, machines of voorraden? Dan moet je je voor de afschrijving van deze kosten niet beperken tot het aantal dagen dat je de investering in je bezit had. Met andere woorden: een investering in december 2024 heeft hetzelfde gewicht qua kosten als een investering die je al in januari van hetzelfde jaar deed. Dit biedt interessante mogelijkheden om jouw winst op het einde van het jaar te drukken. Bovendien kan de afschrijvingsannuïteit nog eens worden verdubbeld, omdat er ook degressief mag worden afgeschreven in de personenbelasting.
Belastingkrediet
Als je de bovenstaande investeren met jouw eigen middelen doet, dan kom je in aanmerking voor een belastingkrediet. Je hebt recht op dit krediet als je eigen middelen in het huidige jaar meer aangegroeid is dan de grootste aangroei in de drie voorgaande jaren. Het belastingkrediet bedraagt in dat geval 10% van het verschil tussen de eigen middelen in het investeringsjaar en het hoogste bedrag uit een van de drie voorgaande jaren, met een maximum van 3.750 euro. Het belastingkrediet moet je uiteindelijk terugbetalen. Ben je als beginnende zelfstandige minder dan drie jaar actief? Dan geldt dezelfde regeling, maar dan berekend op basis van de aangroei van je eigen vermogen in het betreffende belastbare tijdperk.
Stopzettingsmeerwaarden
Zet je jouw eenmanszaak definitief stop en realiseer je meerwaarden op (im)materiële vaste activa? Dan kunnen deze in de volgende gevallen belast worden aan 10%: wanneer de stopzetting plaatsvindt op de leeftijd van 60 jaar of ouder, bij overlijden of bij gedwongen definitieve stopzetting. Bij stopzetting op een ander moment moet je rekening houden met een belastingtarief van 16,5% toegepast op materiële vaste activa en 33% op immateriële vaste activa (mits aan de vereisten van de ‘4×4 regel’ wordt voldaan).
Ter info: de 4×4-regel houdt in dat men de stopzettingsmeerwaarde die je op dergelijke immateriële vaste activa behaalt, gaat vergelijken met de som van de nettowinsten die je hebt gerealiseerd in de vier jaren voor de stopzetting.
Gebruik je het actief (bijvoorbeeld een onroerend goed) na de stopzetting nog enkele jaren voor privédoeleinden voor het verkocht wordt? Dan zal de gerealiseerde meerwaarde niet langer belast worden. Meerwaarden die tijdens de duur van de eenmanszaak worden behaald op materiële vaste activa die langer dan vijf jaar in bezit zijn, worden ook belast tegen een tarief van 16,5%.
Voorafbetalingen van 2025 gebruiken voor 2025
Voorafbetalingen van 2024 gebruiken voor 2025?
Te veel voorafbetaald in 2024?
Nu 2024 voorbij is, blijkt dat u of uw vennootschap meer voorafbetaald heeft dan nodig.
Doet u niets, dan krijgt u dat overschot ten vroegste terug na de verwerking van uw belastingaangifte door de fiscus.
Als voorafbetaling voor 2025 gebruiken?
Dat kan ook. Het teveel aan voorafbetalingen dat u deed in 2024, kunt u in principe uiterlijk 31 maart 2025 via MyMinfin overdragen als een voorafbetaling voor 2025. Dat bedrag telt dan mee als VA1.
Is die overdacht naar 2025 zinvol?
Jazeker, bij onvoldoende voorafbetalingen krijgt u een boete (belastingvermeerdering) van 6,75%. Dit kan u vermijden door wel vooraf te betalen en hoe vroeger in het jaar u dat doet, hoe beter!
Is boetetarief voor niet voorafbetalen in 2025 al bekend?
Ja, voor inkomstenjaar 2024 was de boete als u niet of te weinig voorafbetaalde zowel voor vennootschappen als eenmanszaken 9%.
Ook voor inkomstenjaar 2025 loopt de boete voor eenmanszaken en vennootschappen gelijk en is ze gedaald naar 6,75%.









